
Bron: VI PRO
Nick Viergever (37) is de ervaren speler binnen de jonge en getalenteerde ploeg van PEC Zwolle. De verdediger is zijn zesde seizoen in de Eredivisie gestart en is voorlopig nog niet van plan om te stoppen. Viergever bespreekt de veranderende wereld van voetbal, het ouder worden en uiteraard leiderschap. ‘Ik geniet nog steeds evenveel als aanvankelijk.’
In Zwolle is het woensdagmiddag. In het spelershuis van het MAC3PARK Stadion, waar PEC Zwolle zich bevindt, opent zich een deur en komt Nick Viergever naar voren. ‘Koffie?’ Na weken van voorbereiding zal het seizoen van start gaan. De linkspoot heeft in Nederland gespeeld voor Ajax, Sparta Rotterdam, AZ, PSV en recentelijk ook voor FC Utrecht. PEC is zijn zesde club en dit seizoen is hij op zijn negentiende als professional in de Eredivisie. Wil je stoppen? Voor de verdediger, die twee dagen voor ons gesprek zijn 37ste verjaardag vierde, is er geen gedachte aan.
Hoe voelt het om al 37 jaar te zijn?
‘Als weer een jaartje erbij. Ik heb inmiddels al wat verjaardagen gevierd, dus zo bijzonder is het niet meer. Het is vooral een ideaal moment om even sociaal bezig te zijn. We hebben drukke weken gehad waarin ik mensen wat minder vaak zag. Nu waren we toevallig vrij, dus ik kon het vieren met mijn familie en vrienden.’
Doet het geen pijn om ouder te worden?
‘Nee, hoor. Helemaal niet zelfs. 37 is ook maar een getal. Hier bij PEC ben ik de oudste van de groep. Younes Namli is 32, Ryan Thomas 31. De rest is onder de dertig. Het is altijd goed om een paar ervaren jongens te hebben. Je ziet het nu ook bij Ajax, dat met Blind, Ter Stegen en Brandt ervaren spelers binnenhaalt en met bijvoorbeeld Klaassen en Berghuis er al twee in huis had. Het is belangrijk voor de dynamiek in de groep, net zoals je talenten en spelers in de bloei van hun carrière nodig hebt. Bij NEC hebben ze wat dertigers, PSV heeft er ook oog voor.’
Is de kijk op oudere spelers in Nederland tegenwoordig anders dan vroeger?
‘Volgens mij valt dat wel mee. Het is maar net hoe je ernaar kijkt. Heb je een hele jonge groep, roept iedereen dat er ervaring bij moet. Heb je veel oude gasten en loopt het niet, dan lopen er te veel oudjes rond. Het is de waan van de dag en daar moet je doorheen kijken. Ik heb NEC gezien tegen Olympiakos, dat was mooi om te zien. Bryan Linssen, Tjaronn Chery. Mooi dat jongens op die leeftijd het goed doen. Zolang je fit bent en goed voor je lichaam zorgt, maakt het niet uit hoe oud je bent. En hoe ouder je wordt, hoe beter je het spelletje ziet.’
Is het moeilijker om het fysiek nog vol te houden op deze leeftijd?
‘Nee, eigenlijk valt dat wel mee, zolang je weet wat je moet doen. Ik moet wel anders trainen dan de jongere jongens. Zij moeten hun lichaam ontwikkelen om explosiever te worden. Ik doe andere oefeningen, omdat ik andere dingen nodig heb of omdat bepaalde oefeningen belastend zijn voor mijn gewrichten. Als je dat weet, met de kennis van alle vakmensen in een organisatie, dan is het niet moeilijk.’
Had je vijftien jaar geleden gedacht dat je inmiddels nog steeds zou voetballen?
‘Eerlijk gezegd was ik daar totaal niet mee bezig. Ik leefde in het moment. Doe ik nog steeds veel, trouwens. Het voordeel is ook dat er steeds meer kennis is in de sportwereld. Over hoe je je lichaam moet verzorgen, over voeding. Die kennis was er vijftien jaar geleden niet. Dat sporters dan langer doorgaan, verbaast me niet. LeBron James is 41 en basketbalt nog steeds. Cristiano Ronaldo en Lionel Messi spelen gewoon nog op een WK en zijn ook nog steeds heel goed. Hier zitten we op een totaal ander niveau, maar we kunnen er wel lessen uit halen over hoe je voor je sport leeft. Mijn lichaam is in goede staat en ik kan nog iets toevoegen. Dan ga ik lekker door. Ik vind voetbal nog veel te leuk om te stoppen.’
Ondanks dat je nu een ervaren speler bent ben je nog steeds zenuwachtig voor een wedstrijd?
‘Altijd. Gezonde spanning, dat hoort ook. Je moet jezelf de druk opleggen. Voor mij voelt dat niet als een last, maar als iets prettigs. Je hebt zin in een wedstrijd en wil het goed doen, dan voel je automatisch spanning.’
Waarom vertrok je bij FC Utrecht na vier mooie jaren?
‘Het was voor mij en de club een prima moment om uit elkaar te gaan. Ik heb een goede band met Jordy Zuidam (technisch directeur, red.) en de gesprekken waren heel open. Ik voel veel waardering vanuit hem en de club. De deur staat open om ooit in een andere rol terug te keren. Utrecht gaat nu een nieuwe weg in met een nieuwe trainer en nieuwe spelers. Er komt een andere dynamiek.’
Heb je dat meegenomen in je beslissing?
‘Nee, maar achteraf gezien voelt het wel als een goed moment. Toen ik in 2022 bij Utrecht kwam, had ik vanaf dag één de doelstelling om Europees voetbal te halen. Vorig seizoen haalden we dat. Dan moet je eigenlijk een nieuw doel stellen of verder kijken. Het is dat laatste geworden en dat voelde prima.’
Met trainers als Henk Fraser, Michael Silberbauer en vervolgens Ron Jans als waren het tocvh mooie jaren?.
‘Het waren wel vier mooie jaren. Natuurlijk waren er schommelingen qua resultaten, maar na vier jaar was de club wel enorm opgebloeid. Vol stadion, de fanshop draaide goed, het leefde in de stad en bij sponsoren. Daar kijk ik met trots op terug. De club is gegroeid in die periode. Vooral in mindset, in creëren wat er wordt gevraagd op dit niveau. In Europa kwamen we knap door de voorrondes. Voor clubs als Utrecht is het nu zaak om het ook in de groepsfase op de rit te hebben, want dan komt er iets anders bij kijken. Dat is de volgende stap waarin nu de topdrie en AZ verder zijn.’
Waarom koos je ervoor om naar PEC Zwolle te gaan?
‘Het gevoel bij de club was al snel goed. PEC probeerde al een paar jaar om me te halen, maar ik zat goed bij Utrecht. Van gesprekken kwam het toen nooit, maar PEC informeerde weleens naar me. Toen we deze zomer in gesprek gingen, wist ik natuurlijk wat PEC voor club is en waarvoor ze staan. De mensen zijn ook belangrijk voor me. Ik ben een mensenmens en als ik een gesprek heb, krijg ik meteen een indruk van hoe iemand is als persoon. Dan proef je een sfeer en als die goed voelt, heb ik geen week bedenktijd nodig. Ik hak dan binnen 24 uur de knoop door, zoals ik nu heb gedaan.’
Je had nog kunnen wachten want je was transfervrij?
‘Ja, maar dat hoefde ik niet. PEC voelde goed en dat avontuur wilde ik aangaan. Hier ligt een leuke uitdaging en het plaatje klopte. Mijn ambitie, de rol die ik hier kan vervullen, de verwachtingen van PEC. Ook mijn familie had er een goed gevoel bij.’
PEC was op zoek naar stabiliteit en vooral naar Eredivisie-benen.
‘Ik weet wie ik ben, wat ik kan en waarin ik minder goed ben. Dat is een bepaald profiel. Voelt een beetje gek om dat over mezelf te zeggen, maar ik denk dat ik met dat profiel goed pas bij PEC. Ik ben hongerig om de club en de groep verder te helpen en om beter te worden. Jonge jongens helpen, tips geven en vooral ook mijn eigen ding doen. Op het veld laten zien wat ik kan. Het leuke aan voetbal is dat je er continu van kan leren. Zelfs nu nog, op mijn leeftijd. Ik leer nog steeds van iedere wedstrijd.’
Trainer Henry van der Vegt was ontzettend tevreden dat de leidersrol op een natuurlijke manier naar jou toe kwam.
‘Dat gaat ook automatisch. Ik ben heel down-to-earth, dus ik ga hier niet even komen vertellen hoe het moet gaan. Maar we hebben een heel jonge selectie en jonge gasten zien ook hoeveel seizoenen ik al heb gespeeld en wat ik heb meegemaakt. Ik probeer jongens te helpen en zaken aan te geven en dat levert automatisch een bepaalde rol op in de groep.’
Hoe vervult die leidersrol zich nog verder?
‘Vooral in gewoon normaal doen en voorbeeldgedrag tonen naar de jongens. Dus even met een paar gasten de goal tillen na de training en spelers erop wijzen dat we dat samen moeten doen. Als jonge jongen ben je daar niet zo mee bezig, dan let je misschien meer op jezelf. Ik let op andere dingen dan zij. Daarom zijn zij op het veld onvoorspelbaar en creatief en ben ik degene die het een beetje moet leiden en sturen. Toen ik achttien was, waren de rollen omgedraaid.’
We spreken dan over meer dan achttien jaar geleden, bij Sparta Rotterdam.
‘Keek ik op naar Arne Slot, Sander van Gessel en Harald Wapenaar, de oudere gasten in die ploeg. Ik deed vooral mijn stinkende best en hield verder mijn mond. Als de trainer iets zei, wachtte ik eerst af wat die oudjes zeiden. Nu is dat andersom. Alhoewel, het is nu wel wat brutaler. Dat past wel bij de maatschappij, denk ik. Het is nu wat losser dan toen. Tijden veranderen, dat is ook prima.’
Hoe staat dat er momenteel mee?
‘Vroeger volgde je. Je deed keihard je best en als je dat niet deed, kreeg je het te horen. Nu gaat het op een andere manier. Ik probeer jongens te laten inzien waarom ze iets moeten doen. Ik kan af en toe ook boos worden, hoor.’
Arne Slot was je teamgenoot, hoe was dat?
‘Zoals hij nu nog steeds is. Slim, rustig en welbespraakt. Naar hem luisterde je wel. Hij dacht toen al na over het spel en had al ideeën over hoe het moest gaan. Dan ging ik erbij zitten om mee te luisteren en er iets van op te steken. Arne was een creatieve middenvelder. Hij wilde graag voetballen, mooi voetballen ook. Soms gooide hij er ook een tackle uit, maar dat was niet zijn sterkste punt. Hij gaf mooie passes en steekballen. Echt een liefhebber, dat zag ik toen al.’
Het voetbal is in al die jaren veranderd, kun jij uitleggen hoe?
‘Het is niet te vergelijken. Spelers zijn veel fitter en sneller en het spel is veel tactischer geworden. Als we van het trainingsveld stappen, kan ik de beelden al terugzien, omdat alles gefilmd is met een drone. Vroeger stond er alleen een magneetbord met een stift in de kleedkamer. Het voetbal is enorm ontwikkeld.’
En Nick Viergever heeft het allemaal ervaren.
‘Ik vertel het hier weleens aan die jongens. Kunnen ze niet geloven.’
Ze geloven dat je uit het stenen tijdperk afkomstig bent?
‘Ik zei toevallig deze week: Toen ik klein was, was er nog geen internet. Totale verbazing, haha. “Hoe ging dat dan?” Ook geen mobiele telefoon. Moest je inbellen met de huistelefoon.’
Opa vertelt een verhaal.
‘Ik voel me soms ook wel oud als ik het erover heb, maar dat is toch leuk? Het is mooi om alle kanten gezien te hebben. De jongens die nu jong zijn, gaan dat ook meemaken. Over vijftien jaar ziet de wereld er weer anders uit.’
Is het voetbal er mooier op geworden in deze tijd?
‘Ik heb nog evenveel plezier als in het begin. Dingen veranderen en daar ga je vanzelf in mee. Spelsystemen veranderen natuurlijk weleens, maar dat is ook het leuke aan de sport. Het verandert continu. De manier van verdedigen, de basis, die is wel hetzelfde. De keeper heeft wel een nieuwe rol, nu je in de zestien een doeltrap kan ontvangen. De keeper is een soort extra verdediger geworden, dat wordt steeds meer gevraagd. Ik ben wel een beetje van de oude stempel. Als de keeper maar ballen tegenhoudt en verder alles naar voren schiet, vind ik het ook prima. Iker Casillas schoot ook al die ballen naar voren, maar Real Madrid was toen wel een aardige ploeg.’
Dit wordt je negentiende jaar in de eredivisie, een lange tijd maar verveelt het nooit?
‘Nee, ik ben hier op mijn plek. Ik voel me er prettig bij en mijn gezin voelt zich goed. Ik heb een mooi jaar gehad in Duitsland bij Greuther Fürth, maar ik ga veel af op mijn gevoel. Als mijn gevoel bij een club goed is, dan hoef ik niet ver weg.’
Het komend weekend spelen jullie tegen FC Twente en de week erna gaan jullie op bezoek bij SC Heerenveen. Heeft het ook iets vertrouwds?
‘Zeker, dat is het goede woord. Als het vertrouwd en goed voelt, ben ik niet zo avontuurlijk om te denken: Ik moet nog naar dat land of die competitie. Zo ben ik in het normale leven ook niet. Als iets goed is, dan is het goed en hou ik me daaraan vast.’
Hoe ver gaat het, je verlengstuk van de trainer?
‘Ik probeer hem zeker te helpen door met jongens één-op-één in gesprek te gaan en de trainer zo te ontlasten. Bijvoorbeeld door de dingen die hij als feedback meegeeft, nog eens uit te leggen. Spelers voelen dan ook de vrijheid om het er met mij over te hebben. We hebben een jonge groep met veel talenten, die door hun leeftijd ook nog foutjes maken. Het is leuk om ze zich daarvan bewust te maken en ze te laten ontwikkelen. Daar zijn de trainers voor, maar ik kan ze erbij helpen.’
Zou je trainer willen worden na je carrière?
‘Ik denk wel dat ik actief blijf in het voetbal. Ik vind de sport leuk en ik werk graag met een groep. Doelen stellen en die samen bewerkstelligen. Dan ligt het voor de hand om een rol als trainer te krijgen. Ik ben er nu nog niet mee bezig. Dat zoek ik pas uit als ik ermee stop en dat is voorlopig niet het geval.’
Om daar nu nog niet mee bezig te zijn is misschien ook wel beter.
‘Het is een beetje dubbel. De een zegt van wel, de ander van niet. Ik ben niet echt een planner, nooit geweest. Ik zie wel hoe het loopt en hoe mijn gevoel is. Ik kan nu niet zeggen dat ik over twee of drie jaar trainer word. Misschien denk ik dan wel: Zoek het maar uit met dat voetbal. Ik kan er nu wel over nadenken, dat zou me misschien zelfs wel helpen. Die tip krijg ik weleens mee. Maar ik focus me nu gewoon op het voetbal.’
Laat jij altijd alles op je afkomen?
‘Zo sta ik wel een beetje in het leven, ja. Mijn vrouw is precies het tegenovergestelde. Zij wil alles plannen. Het is een goede mix. Dat beetje vastigheid heb ik ook wel nodig.’
Je hebt een éénjarig contract ondertekend. Is het ongewoon om te geloven dat je nog jarenlang doorgaat?
‘Nee, zeker niet. Als het goed voelt, dan voelt het goed. Tegen die tijd kijk ik wel weer of het nog leuk is, of ik nog fit ben en of ik de opofferingen nog kan doen. Als dat goed zit, ga ik lekker door. En anders houdt het een keer op.’
Je doel bij FC Utrecht was Europa. Wat is je doel met PEC Zwolle?
‘Ik wil hier mezelf zijn en de club verder helpen. Afgelopen seizoen was wat minder voor PEC. Sinds de promotie in 2023 eindigde de club telkens in het rechterrijtje. De leiding wil nu proberen om langzaamaan, dat gaat niet in een jaar, richting het linkerrijtje te bewegen. Daarvoor moeten we als club stappen maken, maar we hebben wel die ambitie. Neem Sparta als voorbeeld. De club is stabiel, ze zijn richting het linkerrijtje bewogen en zijn nu qua begroting verder dan PEC. Wij hebben de ambitie om daarheen te groeien en daar wil ik aan bijdragen.’